Verhalen, vrouwen en medicijn

The Alchemist 2016 waterverf en oliepastel, illustratie

Verhalen vormen het hart van mijn werk, zowel mijn beeldend werk als mijn schrijfwerk als mijn kruidenwerk. Oude verhalen, sprookjes en mythen van over de hele wereld. Dat is omdat verhalen een medicijn zijn. Een medicijn voor de ziel. Dit heeft altijd al mijn interesse gehad.

Verhalen hebben macht: ze verlangen niet dat we iets doen, zijn of voorwenden – we hoeven alleen maar naar ze te luisteren. Ieder mens haalt uit een verhaal wat ze nodig heeft. Het verhaal haakt in op de behoeften, de noden, de verlangens, de hunkering en de pijn van de persoon. Soms geeft een verhaal je een schop, zodat je weet: díe kant op.

Vooral de vrouwelijke archetypen in verhalen hebben mijn interesse. Zij staan dan ook centraal in mijn werk. Zonder hen is mijn werk doods. Zij zijn het water onder de zee van mijn creatieve leven. Mijn favoriet is Baba Jaga, de oude heks in het bos, in haar hut van schedels en beenderen. En de Oude vrouw van de wereld, die woont in in de grotten bij de zee, en die weeft en spint en in haar ketel roert. Verhalen zoals deze gaan over de ziel van de vrouw en haken in op onze hunkeringen en zielenpijn.

Clarissa Pinkola Estés, verhalenverteller en psychoanalyticus, schreef over vrouwenverhalen in haar boek ‘De ontembare vrouw – als archetype in mythen en verhalen’ het volgende:

“Verhalen veroorzaken opwinding, bedroefdheid, vragen, verlangens en inzichten. Verhalen bevatten aanwijzingen die ons tot leidraad kunnen dienen bij de gecompliceerdheden van het leven. Verhalen brengen het gemoedsleven in beweging en dat is vooral belangrijk wanneer het gemoedsleven bang, benauwd of bekneld is. Verhalen oliën de takels en katrollen, wekken de adrenaline op, wijzen ons de weg naar buiten, naar beneden, of naar boven, en belonen ons voor onze moeite met mooie brede deuren in ooit blinde muren, openingen die ons naar de droomwereld voeren, die naar liefde en kennis voeren, die ons naar ons eigen echte leven als wijze wilde vrouwen terugvoeren.

Soms verstoren verschillende culturele bovenlagen het geraamte van het verhaal. Oude heidense symbolen werden door christelijke vervangen, zodat een oude genezer in een verhaal een boze heks werd, een geest een engel, en seksuele elementen werden weggelaten. Helpende schepselen en dieren werden vaak in demonen en kwade geesten veranderd.

Zo gingen vele verhalen verloren die vrouwen iets konden leren over seks, liefde, geld, het huwelijk, geboorte, dood en transformatie. Zo zijn ook sprookjes en mythen bewerkt die de oeroude mysteries van vrouwen ophelderden. De meeste oude collecties van sprookjes en mythen die tot op heden bestaan, zijn helemaal ontdaan van het seksuele, het perverse, het voorchristelijke, het vrouwelijke, de godinnen, het initiërende, de geneeswijzen voor verschillende psychische kwalen en de aanwijzingen voor geestelijke vervoering.

Maar ze zijn niet voorgoed verloren. Ondanks alle verval in de bestaande versies van verhalen is er een krachtig patroon dat duidelijk naar voren komt. Verrassende onderliggende structuren zijn zichtbaar in de brokken en stukken, die vrouwen beginnen te bevrijden van hun verdriet over de vernietiging van zo veel van de oude geheimen. Maar ze zijn niet echt vernietigd. Alles wat we nodig hebben, klinkt nog altijd op uit het hart van het verhaal.”

Lees dit boek, mocht je dat nog niet hebben gedaan. Lees het. Lees het. En daarna nog een keer. En nog een keer. Net zo vaak als nodig is. En daarna lees je het nog een keer.

Huis bij de Zee

Waarheen gaat de wind als zij moe is?
Legt ze zich neer op een rustige rotsige plek of blijft ze hangen tussen de zoete naalden van een zee-den?

Waarheen gaat de meeuw als zij moe is? Laat ze zich met een zucht op het water zakken, zachtjes peddelend met haar poten, zich eenvoudig overgevend aan de stroom van het water? Of spreidt ze slechts haar witgrijze vleugels en laat ze zich gedachteloos meenemen door de wind? Vindt ze een grijze rots waar ze ten lange leste haar turende, priemende blik kan neerslaan?

Waarheen gaan gedachten wanneer zij moe zijn, de geest wanneer ze is uitgeput? Jut zij zichzelf steeds verder op, als een trein zonder remmen, of zoekt zij rotsen waar ze zich tegenaan kan vleien? Lagunes waar ze in kan wegzakken? Misschien roept zij, net als een kind: help me! Leg me neer! Geef me een zacht bed waar ik tot rust kan komen! Jut me niet langer op, maar geef me een kalme baai, uit de wind, met zacht, wit zand en zeeblauw water!

Ik denk het. 
Maar wie luistert?